16 De grote opdracht

16. De grote opdracht

 'Geeft gij hem te eten.'
                                    Voeden en verzorgen!
Dit is anders dan zorgen dat iemand zich beter gedraagt.
Zorgen dat iemand zich aan de wetten houdt. Of hij nu hongert of niet, dat speelt geen rol!
Daar ligt nu juist de grote denkfout bij de hulpverlener buiten God om. Deze kan nooit de diepste noden lenigen zodat altijd een wortel tot 'recidive' blijft zitten.
        'Geeft Gij hen te eten.'
En voeding neemt iemand altijd graag aan!
Daarbij kan wat wij 'hebben' nooit genoeg zijn om de nood te lenigen, maar in ons 'niet hebben', onze zwakheid, wordt Gods Geestkracht openbaar. Dan vindt ook naar de inwendige
mens een 'w o n d e r b a re   s p i j z i g i n g'  plaats.
Zielszorg is: 'te eten geven; maaltijd houden'. En geen 'maaltijd uit de muur', dat is vermogen afwegen voor wat niet verzadigen kan.
Hoort aandachtig naar God op dat uw ziel het goede ete en leve.
Goede voeding geeft gezonde levens.Daarom dat de voedselvoorziening zo grondig verstoord is en wereldwijd geheeld mag worden.
Twee visjes en de Heer,
    Hij is dezelfde nu!

Vragen:

1. De ziel wordt nooit verzadigd zonder God, waar blijkt dit uit?

2. Wanneer grijpen de koks naar surrogaat? Pas dit op jezelf toe!

3. Hoe kan het dat een 'ziel kan gruwen van elke spijze'?  (Psalm 107:18)

4. Waarom is 'zwak zijn' in de geestelijke hulpverlening positief?

5. Hoe werkt 'eigen kracht' en vaardigheid verlammend in op elke groeirelatie?

        

 

Maak uw keuze
Copyright Stichting de Wegwijzer
Website laten maken door Best4u Group B.V.