14 Troost troost mijn volk

14. 'Troost, troost mijn volk'

Een laatste opmerking nu nog over de houding van de hulpverlener. Daarna zullen we daadwerkelijk overgaan naar de hulpzoekende.
De grote vraag die de hulpverlener zich moet stellen is:
      'Waar ligt het probleem?'
      'In het lichaam, de ziel of de geest?'
Waar werd de meeste pijn geleden? Waar kan het best troost gegeven worden, honger gevoed worden.
Lichamelijke honger stilt men niet met een mooi muziekje en geestelijke honger niet met een gebakken eitje.
Moe en mat zijn, depressief zijn, zijn even zovele aanwijzingen van gebrek aan innerlijke voeding.
Wanneer wij spreken, hebben we dat te doen van hart tot hart, anders heelt dit niet (Jesaja 11:3). Een luisterend oor, verbonden met een luisterend hart, doet ons aan de uitwendige dingen voorbij zien en geeft ons zicht op de werkelijkheid die daar achter ligt.
Wanneer we alleen 'de buitenkant' reinigen, oppoetsen, onder druk willen verbeteren, blijft de diepste pijn als een tijdelijk toegesloten vulkaan zitten.
Alle dingen liggen echter open en ontbloot voor God... toesluiten is nooit meewerken tot herstel en herschepping.

Vragen:

1. Het lichaam kan twee dingen doen, ons innerlijk verbergen of juist ons innerlijk uiten. Of zijn er  nog andere mogelijkheden?

2. Houding en beweging spreken duidelijke taal. Weten we daar voorbeelden van?

3. Als het lichaam de druk van de inwendige mens altijd 'ophoopt', wat gebeurt er dan?

4. Kun je iets zeggen over  het verband tussen spanning en ziekte?

5. Verdoving van pijn heelt niet. Hoe werkt dat in het zielenleven? 

        

 

Maak uw keuze
Copyright Stichting de Wegwijzer
Website laten maken door Best4u Group B.V.