10 Troost en verlossing

10. Troost en verlossing

In Hebr. 2:10 staat dat de Leidsman van onze behoudenis door lijden heen gevormd moest worden.
Goed kunnen troosten is pas mogelijk als men veel troost gezocht en gevonden heeft.
Ook hier stuiten we weer op een van de meest fundamentele gegevenheden betreffende de houding van een bijbelse hulpverlener. Hoe groter lijden wij als hulpverlener doorstaan hebben hoe groter de draagkracht is om anderen in hun problemen te begeleiden.
Nu is het zeker niet zo dat we dit pas kunnen doen nadat we het nodige hebben doorstaan. 2 Cor.1:3 zegt dat we kunnen troosten met de troost waarmee we zelf getroost worden, (niet geworden zijn, maar worden).
Dit brengt de juiste geestelijke houding in ons te weeg van wisselwerking, maaltijd houden, naast iemand staan.
Dan worden we in onze druk opgevangen opdat we anderen die onder druk staan kunnen bijstaan.
                God doet alle dingen meewerken ten goede
                          voor hen die Hem liefhebben.
Daarin ligt de juiste 'drukregeling'.
De liefde Gods wordt dan in onze harten uitgestort.

Vragen:

1. Waar komt de meest wezenlijke troost vandaan en hoe gebeurt dat?

2. Waarom werkt troost verlossing uit?

3. Hoe is de verhouding tussen relatie en hulpverlening, troost en verlossing?

4. Kun je een ongelovige troosten en verlossen zoals je dat bij een gelovige doet? Zoniet, wat is dan het verschil?

5. Waarom werkt een autoriteitsconflict zo fnuikend in de hulp verlening? 

        

 

Maak uw keuze
Copyright Stichting de Wegwijzer
Website laten maken door Best4u Group B.V.