37 Ieder in zijn eigen taal

37. ''Ieder in zijn eigen taal''

Een bepaald feit geeft verschillende belevingswaarden bij verschillende normen.
Als een zender iets uitzendt en we zouden de ontvanger de norm kunnen noemen, dan is het ‘begrip’ de beleving van dat wat uitgezonden wordt.
Hoe komt een woord over. Hoe wordt het gevuld met inhoud. Nu niet door de spreker, maar door de toehoorder.
Dit begrip roept associaties op, het wordt verbonden aan andere begrippen, herinneringen, gevoelens, èn het kan dan bepaalde gevoelens of emoties los maken.
Voor de zender kunnen deze reacties soms totaal anders uitpakken dan hij had verwacht en/of gewild. Daarom ook wordt het spreken tot een groot en gemengd publiek vaak gevolgd door zowel afkeuring als goedkeuring.
Het wonder van Pinksteren was dat
‘ieder hen hoorde in zijn eigen taal’. (Hand. 2:6)

Vragen:

1. Misverstanden en discussies ontstaan vaak onnodig. Heeft u een idee waarom?
2. De letter doodt, maar de geest maakt levend. Hoe werkt dit in relaties?
3. Waarom heeft elke tijd zijn eigen taal, elke leeftijdsgroep of vakgroep?
4. Reactief gedrag geeft vaak ‘woordenwisselingen’. Helpt dit om tot een oplossing te komen?
5. Feiten of belevingen, waar ga je op af als je een conflict wilt bijleggen?

    

         

                                                                              

    

 

 

Maak uw keuze

Copyright Stichting de Wegwijzer
Website laten maken door Best4u Group B.V.